Veelgestelde vragen
toon / verberg alle antwoorden
- Is de KRB een echte bank?
- Als de bank geen vergunning heeft - wie controleert haar dan?
- Hoe is de bank gefinancierd?
- Wat gebeurt er met de inkomsten uit de verkoop?
- Wat gebeurt er met het kapitaal als het experiment is afgelopen?
- Waar kan ik mijn munt terugwisselen?
- Tegen welke koers kan ik mijn munt terugwisselen?
- Tot wanneer kan ik mijn munt terugwisselen?
- Hoe zit het met die 10% rente?
- Waarom geeft de bank zo'n hoge rente?
- Hoe komt de bank aan het geld om die 10% rente te betalen?
- Hoe hard is de niet-goed-geld-terug garantie?
- Wat kost een munt?
- Wat krijg ik als ik een munt koop?
- Wat kan ik met de munt doen?
- Van welk materiaal zijn de munten gemaakt?
- Wat is de kwaliteit van de munt?
Over de Bank:
Nee. De KRB is een monetair experiment in de vorm van een bank. Doel van het experiment is te onderzoeken of het mogelijk is een nieuw soort valuta te introduceren: een reservemunt met een intrinsieke kunstwaarde . De uitgifte van deze nieuwe reservemunt gebeurt via een bank – d.w.z. een instelling met een geldpers, een kluis en een loket. Dit is een verbeelding van wat een bank feitelijk is. De KRB is echter een project van kunstenaars en geen reguliere bank met een bankvergunning. De KRB verstrekt geen leningen of hypotheken en maakt ook geen deel uit van het depositogarantiestelsel.
Dat doen de belanghebbenden zelf. De bank is namelijk opgezet als een coöperatieve vereniging (zonder winstoogmerk). Iedereen die een munt bezit, is automatisch lid van de coöperatie en daarmee ook mede-eigenaar van de KRB. Degenen die belang hebben bij een deugdelijk beheer van het geld in de kluis, zijn daar dus zelf de baas over. De bank heeft geen andere eigenaren dan de leden en er zijn ook geen aandeelhouders die de directie aanzetten tot het nemen van onverantwoorde risico’s of het in de markt zetten van ondeugdelijke/misleidende producten.
De KRB is opgericht door kunstenaars en niet door kapitaalkrachtige investeerders. De bank is ook opgezet zonder één cent subsidie want staatsteun vraag je als bank pas aan als je dreigt omt te vallen en niet als je begint. Het hele project is dus door de initiatiefnemers zelf gefinancierd. Daarbij zijn zij geholpen door een kleine groep sympathisanten die al in een vroeg stadium betalend lid zijn geworden van de coöperatie. Met deze contributies en dankzij de enthousiaste medewerking van vrijwilligers en sponsors, is het na drie jaar uiteindelijk gelukt het hoofdkantoor op de Zuidas te realiseren. De bank heeft dus geen formele of informele investeerders en daarmee zijn er ook geen financiële verplichtingen aan derden.
De financiering van de opzet van de bank dient echter onderscheiden te worden van de financiering van de dagelijkse praktijk. Het experiment draait immers om de vraag of de KRB wel bestaansrecht heeft. M.a.w. of er voldoende reservemunten worden verkocht om de exploitatie te dekken. Te weinig animo bij het publiek betekent te weinig omzet om de kosten te dekken en dus het einde van de bank.
Van iedere euro die binnenkomt, gaat altijd 10 cent in de reservepot. Dit geld is gereserveerd voor het uitbetalen van mensen die hun munt komen terugwisselen. Van de overige 90 cent wordt de hele exploitatie bekostigd: de ontwerpen, het materiaal, de stempels, de locatie, machineonderhoud, verpakking, verzending, publiciteit, administratie, boekhouding, etc.
Op dit moment (juni 2012) zijn de inkomsten net genoeg om de aller-noodzakelijkste dingen te kunnen doen. Voorlopig gebeurt alles dus very-low-budget. Geld om personeel te betalen is er sowieso niet dus de KRB draait vooralsnog helemaal op vrijwilligers.
Mochten in de toekomst de inkomsten zozeer toenemen dat de bank geld overhoudt, dan bepalen de leden van de coöperatie waaraan dat geld moet worden besteed: investeren in het experiment – bijvoorbeeld door het opzetten van buitenlandse filialen – of toch maar gewoon naar het casino. Dat laatste schijnt namelijk usance te zijn in deze branche...
Ook dat bepalen de leden/mede-eigenaren van de coöperatie zelf. In principe hebben zij nog bijna vijf jaar om over een passende besteding na te denken. Mocht het experiment echter voortijdig sneuvelen, dan is het aan de curator om te bepalen hoe het resterende kapitaal wordt verdeeld.
Over het wisselen:
Dat kan uitsluitend bij het hoofkantoor op de Zuidas in Amsterdam.
Tegen dezelfde koers als waarvoor de munt is uitgegeven. De uitgiftekoers van een munt is gerelateerd aan het unieke muntnummer. Op de website kunt u bij de gegevens van iedere munt zien wat de uitgiftekoers van een muntnummer is geweest en wat de actuele wisselwaarde is.
Tot 1 mei 2017. Dat is namelijk de dag dat het experiment na vijf jaar wordt beëindigd en de KRB haar deuren sluit. Tenzij het experiment mislukt en de bank voortijdig haar activiteiten moet staken. Bijvoorbeeld omdat er te weinig munten worden verkocht om alles te kunnen bekostigen. Of omdat te veel mensen hun munten komen terugwisselen. In dat laatste geval is er sprake van een bankrun en gaat de bank natuurlijk failliet.
De KRB vindt het bijzonder vervelend als klanten niet tevreden zijn met hun munt en helemaal terug moeten fietsen naar het loket op de Zuidas. Daarom geeft de bank bij wijze van genoegdoening 10% rente op het aankoopbedrag. Dit is een niet-samengestelde rente op jaarbasis. Voor een munt die voor € 100 is gekocht, krijgt u dus na een jaar € 110, na twee jaar € 120, etc. De actuele wisselwaarde van iedere munt vindt u hier.
In economische termen geven wij ontevreden klanten een klein compensatiebedrag, dat over de tijd wordt verhoogd met een royaal ingeschatte inflatiecorrectie. Ons vertrouwen in de waardevastheid van de euro, dollar of yen is namelijk niet bijster groot…
De verleiding om een munt na enige tijd terug te wisselen, hebben wij bewust extreem groot gemaakt. Zo worden mensen gedwongen om een serieuze afweging te maken tussen de waarde van de reservemunt en de waarde van de valuta (euro’s, dollars, yens, etc.) waarvoor zij hem kunnen inwisselen.
Hoeveel vertrouwen heeft men in onze reservemunt? Heeft deze valuta gebaseerd op kunst wel een reële waarde? Dat zijn precies de vragen waar dit experiment over gaat. Indien genoeg mensen de waarde van de nieuwe reservemunt vertrouwen en hun munt behouden, kan het experiment worden voortgezet. Te weinig vertrouwen leidt echter direct tot het einde van de bank. Zo maken wij er voor iedereen een spannend experiment van...
Een normale bank investeert het aangetrokken spaargeld in zaken die een zeker rendament opleveren: leningen, hypotheken, etc. De lening van de bank moet namelijk met rente worden terugbetaald en die rente is aanzienlijk hoger dan de schamele 2 of 3 % die spaarders als vergoeding voor het stallen van hun geld krijgen. Het renteverschil tussen aangetrokken en uitgeleend geld is waar banken traditioneel van bestaan.
Maar de KRB verstrekt geen leningen of hypotheken en handelt ook niet voor eigen rekening. Dus waar tovert de KRB dan die 10% rente vandaan?
Om die vraag te beantwoorden, moeten we iets dieper in het bovenstaande verhaal duiken. Dat verhaal is namelijk hoe de meeste mensen denken dat banken werken. In werkelijkheid hoeft een bank voor iedere lening die zij verstrekt slechts 10% geld daadwerkelijk in bezit te hebben (in de praktijk is dat veel minder maar dat voert hier te ver). De overige 90% van het uitgeleende geld creëert de bank — uit het niets ('ex nihilo'). Vrijwel al het geld in de wereld is dus niets anders dan 'schuld aan de bank'.
Tegenover elke lening staat natuurlijk wel onderpand: huizen, fabrieken, etc. Zodoende klopt de balans: de bank creëert schuldpapier (geld) die als bezit (claims op goederen of diensten in de echte wereld) in haar boeken komt te staan. Betaalt de klant de lening terug, dan wordt het bezit weer naar hem teruggehevelt en bij de bank verdwijnt het uit het niets gecreërde schuldpapier (geld) weer in het niets.
Maar de lening die de klant bij de bank heeft genomen, moet hij met rente terugbetalen. Dus waar tovert de klant die rente vandaan? Ziehier het wonder van het kapitalistische systeem. Dit systeem dwingt de klant namelijk om zelf uit het niets waarde te creëren. De klant kan die waarde echter niet zoals een bank met een druk op de knop creëren, maar moet dat in de echte wereld met zijn arbeid of zijn vernuft doen. Die nieuw gecrëerde waarde kan worden uitgedrukt in schuldpapier (geld) waarmee vervolgens de rente aan de bank wordt betaald. Zo wordt er in het kapitalistische systeem almaar meer geld én meer waarde gecreëerd.
Om deze motor te laten werken, moet iedereen wel blijven geloven dat het uit niets gecrëerde schuldpapier een werkelijke waarde vertegenwoordigt. Het vertrouwen in de waarde van het geld is daarom essentieel voor het systeem.
De KRB creëert haar 10% rente ook uit het niets. D.w.z. met onze arbeid en ons vernuft creëren wij een zeker vertrouwen in onze munt. Hopelijk genoeg vertrouwen dat de meeste mensen onze munt verkiezen boven de euro's die zij ervoor terug kunnen krijgen. De vergoeding met rente aan degenen die toch liever euro's willen, betaalt de bank uit de 10% kapitaalreserve. Vanzelfsprekend gaat ook dit alleen maar goed zolang voldoende mensen vertrouwen hebben in de waarde van onze reservemunt.
Bijna even hard als de garantie van andere banken dat u daar te allen tijde al uw spaargeld kunt opnemen. Evenals die banken gaan wij ervan uit dat niet iedereen tegelijkertijd zijn geld komt opeisen. De banken houden daarom slechts een klein percentage van alle opeisbare tegoeden in kas. Tot de crisis van 2008 hielden veel banken een buffer van slechts 3 of 4 % aan. Volgens de nieuwe Basel-III normen moet dat in 2019 zijn opgeschroefd tot 8%. De KRB hanteert nu al een kapitaalratio van 10%. Dus van iedere € 100 die binnenkomt, wordt € 10 opzij gezet voor het geval iemand zijn of haar reservemunt wil terugwisselen.
De meeste mensen zullen echter begrijpen dat de reservemunten als kunstwerken een intrinsieke waarde hebben en ervoor kiezen deze te houden. Maar als iedereen zijn munt komt terugwisselen, hebben we inderdaad een bankrun en gaat de KRB failliet. Dan heeft het publiek blijkbaar onvoldoende vertrouwen in de reservemunt en moeten we het experiment als mislukt beschouwen. In dat geval bezit u nog steeds een prachtig kunstwerk, maar deze kunt u niet meer terugwisselen voor euro's want in tegenstelling tot andere banken, kan de KRB natuurlijk niet terugvallen op het depositogarantiestelsel .
Als het echt mis gaat met één van onze grote banken, kunnen alle rekeninghouders bij de ING, RABO, SNS of ABN overigens ook naar hun geld fluiten. Het nieuwe depositogarantiestelsel dekt namelijk slechts 1% van alle Nederlandse spaartegoeden (ca. € 400 miljard) en is dus veel te klein om alle spaarders te vergoeden. In dat geval zal de Nederlandse staat dus moeten bijspringen. Vanzelfsprekend kan de staat de miljoenen klanten van deze financiële reuzen nooit tot € 100.000 uitkeren. ’T is maar dat u het weet…
Over de munten:
De munten worden verkocht voor de dagkoers. Deze koers wordt bepaald door de gemiddelde handelswaarde van de reeds uitgebrachtte munten. Die waarde kunnen wij iedere dag opnieuw vaststellen door het gemiddelde te nemen van alle vraag- en aanbodprijzen in de online dealing room.
Tot 1 september 2012 was er nog niet voldoende handel is om een realistisch gemiddelde te kunnen bepalen en zijn de munten verkocht voor de openingskoers van € 100.
U krijgt een munt verpakt in een muntcapsule die de munt beschermt tegen vocht e.d. Daarbij wordt iedere munt geleverd met een echtheidscertificaat ondertekend door de kunstenaar.
Als eigenaar van een munt bent u automatisch lid van de coöperatieve Kunst Reserve Bank en dus mede-eigenaar van de bank. Op de jaarvergadering waarin het beleid van de bank wordt vastgelegd, geeft elke munt recht op één stem.
De munt is geen wettig betaalmiddel dus u kunt er geen belasting mee betalen. Officieel kunt u er ook niets mee kopen. De munt werkt ook niet als een kortingsbon bij culturele activiteiten of bij de aankoop van kunst o.i.d. In feite kunt u dus helemaal niets met de munt.
Maar met de munt heeft u natuurlijk wel iets van waarde in handen waarvan u kunt genieten: als uniek kunstwerk, als een bijzonder verhaal, als deelnamebewijs aan een opmerkelijk experiment of gewoon als visueel aantrekkelijk beleggingsobject. Belangrijker is natuurlijk dat de munt een stabiele waarde heeft en letterlijk als een reservemunt kan dienen voor als het echt mis gaat met de euro of de dollar of met welke officiële munt dan ook. Bovendien bent u als muntbezitter mede-eigenaar van de bank en kunt u de artistieke- en financiële koers van het project mede bepalen.
Is dat allemaal niet genoeg, dan kunt u uw munt altijd weer terugwisselen voor euro's.
De munten worden geslagen in een zilverkleurige legering van koper-nikkel-zink die bekend staat als nieuwzilver (CuNi12Zn24). Andere namen die gebruikt worden voor deze nikkellegering zijn: alpaca, hotelzilver, nikkelzilver, armeluiszilver, Berlijns zilver.
De legering is bijzonder hard en slijtvast en wordt daarom vaak gebruikt om bestek van te maken. Het oppervlak corrodeert niet en is nauwelijks gevoelig voor inwerkingen van vocht, zout of zuur. Hierdoor blijft de geel-zilveren glans bijna onbeperkt behouden.
Al onze munten zijn van zogenaamde ‘Proof’ kwaliteit. D.w.z. dat zowel de stempels als de rondellen zijn gepolijst en dat de munten met minimaal 100 ton kracht worden geslagen.
Bij munten is Proof de hoogst haalbare kwaliteit. De afbeelding in Proofmunten zijn vanwege de extra glans bijzonder fraai en scherp maar ze zijn ook heel kwetsbaar. In de gepolijste delen zijn namelijk zelfs de kleinste krasjes meteen zichtbaar. Ook het vet van onze huid heeft direct effect op het metaal. Daarom mag men deze munten eigenlijk alleen met handschoenen vastpakken. Om beschadigingen te voorkomen worden al onze munten na het slaan direct in een muntcapsule verpakt.


